De vink (Fringilla coelebs) is een veelvoorkomende zangvogel in Europa, Noord-Afrika en delen van West-Azië. Hij behoort tot de vinkachtigen en wordt ook “botvink” genoemd. Mannetjes zijn in het voortplantingsseizoen opvallend gekleurd, vrouwtjes zijn minder opvallend. De vink is flexibel in gedrag: sommige vogels zijn standvogels, anderen trekken in de herfst of winter weg.
De zang van de vink is melodieus en herkenbaar: de zang is vaak aflopend, met aan het einde een korte verhoging in de toonhoogte, ook wel de “vinkenslag” genoemd. De roep is helder, zoals een “pink” geluid, en er zijn vlucht- en alarmroepen.
Uiterlijk
De vink wordt ongeveer 14 - 16 cm groot. Het mannetje heeft een blauwgrijze kop, roestbruine borst en witte vleugelstrepen. Het vrouwtje is soberder gekleurd met grijsbruine tinten. Beide hebben een stevige, kegelvormige snavel.
Voedsel
De soort eet voornamelijk zaden, knoppen en bessen. Tijdens het broedseizoen bestaat het voedsel vooral uit insecten en larven, die ook aan de jongen worden gevoerd. Veel voedsel wordt op de grond gezocht.
Leefgebied
De vink leeft in bossen, bosranden, parken, tuinen en lanen. Vooral gebieden met oudere bomen en een halfopen landschap zijn geschikt.
Nestbouw
Het nest wordt meestal gebouwd in struiken of bomen aan de rand van bossen. Het vrouwtje maakt een stevig, goed gecamoufleerd nest van mos, gras en korstmossen. Gewoonlijk worden 4 - 5 eieren gelegd.
Verspreiding
De vink is in veel gebieden een zeer talrijke broedvogel. In Nederland broeden er naar schatting 400.000 - 500.000 paar. In de winter verblijven er ook veel vinken, soms 1.000.000 - 2.000.000 in het land.
De vink komt voor in heel Europa, via delen van West-Azië tot Noord-Afrika. Afhankelijk van locatie trekken sommige populaties weg in koude maanden; anderen blijven het hele jaar.
Populatie
Het nest wordt gebouwd van mos, gras en ander plantaardig materiaal, en afgekleed met veren of dierenhaar. Vinken broeden meestal tussen medio maart en juli, vaak één of twee legsels per jaar.
Per legsel zijn er meestal 3-5 eieren. De broedduur is ca. 10-14 dagen; de jongen verblijven ongeveer 12-15 dagen in het nest.
Vijanden
Belangrijke vijanden zijn roofvogels zoals sperwers en haviken. Ook katten, marters en andere nestrovers vormen een gevaar voor eieren en jonge vogels.
Bijzonderheden
De vink is opvallend door zijn krachtige vlucht, die golvend is. Hij is ook sociaal, vooral buiten het broedseizoen, wanneer groepen vinken samen te zien zijn. De vink is beschermd in Nederland; nesten worden beschermd gedurende het broedseizoen. Verder zijn zangvariaties, zoals dialecten per streek, bekend.
Deze website maakt gebruik van cookies om uw ervaring op onze website te verbeteren. Door op 'Accepteren' te klikken, stemt u in met het gebruik van ALLE cookies. U kunt echter de Cookie instellingen bezoeken om een gecontroleerde toestemming te geven.
Wat is dit?Vink "Onthoud mij" om uw winkelwagen op deze computer te raadplegen, ook als u niet ingelogd bent.